Het renterisico van de vlottende schuld wordt bepaald op basis van de kasgeldlimiet. De kasgeldlimiet wordt vastgesteld op basis van een percentage van de totale begrotingsomvang. Het percentage is door de minister vastgesteld op 8,5%. De gemeente mag voor deze ruimte kortlopende schulden aangaan. Verantwoording over de ruimte binnen de kasgeldlimiet wordt afgelegd aan de provincie.
In 2025 was er sprake van een financieringsoverschot. Dit wordt veroorzaakt doordat, met het oog op toekomstige investeringen, in 2021 een ruimere financiering is afgesloten tegen gunstige rentevoorwaarden. Daarnaast hebben de ontvangen gelden t.b.v. opvang Oekraïense vluchtelingen ook een groot effect op het overschot. In 2025 zijn geen kasgeldleningen afgesloten. We blijven ruimschoots binnen de normen van de kasgeldlimiet.
Kasgeldlimiet (bedragen x € 1.000) | |||||
|---|---|---|---|---|---|
2025 1e kw | 2025 2e kw | 2025 3e kw | 2025 4e kw | ||
B | Omvang begroting (= grondslag) | 69.484 | 69.484 | 69.484 | 69.484 |
1 | Toegestane kasgeldlimiet (8,5% van B) | 5.906 | 5.906 | 5.906 | 5.906 |
2 | Vlottende schuld, gemiddeld | 0 | 0 | 0 | 0 |
3 | Vlottend overschot, gemiddeld | 24.255 | 24.465 | 28.827 | 33.633 |
Ruimte onder limiet (1+3) | 30.161 | 30.371 | 34.733 | 39.539 | |
Ruimte (+) / Overschrijding (-) (1-2) | 5.906 | 5.906 | 5.906 | 5.906 | |
